Eric de Nie werkte oorspronkelijk figuratief voordat hij in de jaren negentig een geheel eigen manier om zijn schilderijen te componeren ontwikkelt. Eén voor één druppelt hij verschillende kleuren verf op het doek. Door het doek te kantelen ontstaan vervolgens lijnstructuren en rasters in verticale of in horizontale richting. Kleuren en lijnen worden vervaagd door middel van halfnatte penselen in verschillende formaten, waardoor er een rijker kleurenpalet ontstaat. Toeval en manipulatie spelen zo een rol in het ontstaan van ritmische structuren. Hierbij is de liefde voor muziek, met name experimentele jazz en gecomponeerde hedendaagse muziek, een grote inspiratiebron voor de kunstenaar, die zelf zijn werk ‘lyrische muziekstukken in kleur’ noemt. Hij zegt hierover: ‘Ik werk door totdat een geheel van ritmische kleurschakeringen ontstaat tussen volle en ijle kleurtonen en lijnen die een abstract ruimtelijke ervaring oproepen die je als kijker de ruimte geeft om in te dwalen en daarmee de tijd doet vervagen. In mijn werk heeft toch elke kleur z’n eigen klank en smelten al die kleurklanken samen tot ritmische melodieën. Dat is pure muziek, muziek op doek.’ De Nie gaf les aan de Rijksacademie en de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.